ECLI:NL:CRVB:2011:BS8939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en weigering ZW-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voorheen werkzaam als caissière, ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Zij stelde dat zij per 11 april 2006 recht had op een volledige WAO-uitkering vanwege toegenomen arbeidsongeschiktheid die vier weken had geduurd. De Raad overwoog dat toekenning van een WAO-uitkering binnen vijf jaar na intrekking alleen mogelijk is indien de arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak en onafgebroken vier weken duurt.
De medische rapporten van de medisch adviseur die appellante in hoger beroep aanvoerde, hadden geen betrekking op de relevante data en toonden geen toename van beperkingen die een WAO-uitkering rechtvaardigen. De bezwaarverzekeringsarts had een zorgvuldig onderzoek verricht, inclusief informatie van de huisarts, en vond geen aanwijzingen voor toegenomen beperkingen. Het verzoek om een onafhankelijk medisch onderzoek werd niet gehonoreerd.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de functies die aan de schattingen ten grondslag lagen medisch geschikt waren voor appellante. Ook de weigering van verdere ZW-uitkering per 19 december 2008 werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken werden bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering en weigering van verdere ZW-uitkering bevestigd.