ECLI:NL:CRVB:2011:BS8915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen zonder geldige reden
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd opgeroepen voor gesprekken in het kader van begeleiding naar werk. Hij verscheen niet op deze afspraken en gaf zich niet met geldige reden af. Het College schortte de uitkering op en trok deze later in wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de intrekking onterecht was omdat de weigering niet te verschijnen betrekking had op arbeidsinschakeling en niet op het recht op bijstand. De Raad overwoog dat onvoldoende medewerking in de zin van artikel 54 WWB Pro alleen ziet op het onderzoek naar het recht op bijstand en niet op arbeidsinschakeling.
De Raad stelde vast dat appellant was opgeroepen voor begeleiding naar werk en niet voor een onderzoek naar het recht op bijstand. Daarom was de intrekking onterecht en werd het besluit vernietigd. Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij het College de bijstand kan verlagen op grond van artikel 18 WWB Pro. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.