ECLI:NL:CRVB:2011:BS8891

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4697 WIA-VV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:84 AwbArt. 18 BeroepswetArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil over WIA-uitkering

Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar tegen het besluit van het UWV om geen recht op een WIA-uitkering toe te kennen, ongegrond verklaarde.

De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van verzoeker omdat deze geen inkomsten heeft en ook geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, waardoor geen bijstandsuitkering mogelijk is. Verzoeker heeft een brief van zijn psychiater overgelegd waarin het belang van inkomensstabilisatie voor zijn behandeling wordt benadrukt.

Desondanks oordeelt de voorzieningenrechter dat het hoger beroep van verzoeker geen kans van slagen heeft. De rechtbank heeft de juiste feiten en toetsingskaders toegepast en de verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit van het UWV terecht onderschreven. Verzoeker heeft onvoldoende gegevens aangevoerd om twijfel aan deze grondslag te rechtvaardigen.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoger beroep geen kans van slagen heeft.

Uitspraak

11/4697 WIA-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 december 2010, 09/5018 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 12 september 2011
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft bij brief van 4 augustus 2011 een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
Bij brief van 18 augustus 2011 is het verzoek nader aangevuld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2011. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. J. Ruijs, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.B. Heij.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en Pro artikel 21 van Pro de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
1.2. Voor zover de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening meebrengt dat het geschil in de hoofdzaak wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is het niet bindend voor de beslissing in de hoofdzaak.
2.1. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
2.2. Bij besluit van 7 april 2009 heeft het Uwv verzoeker meegedeeld dat met ingang van 31 maart 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Bij besluit van 8 oktober 2009 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 7 april 2009 ongegrond verklaard.
2.3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft verzoeker zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Daarnaast is verzocht een voorlopige voorziening te treffen, nu verzoeker geen inkomen heeft.
4.1. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
4.2. Ter onderbouwing van het spoedeisend belang heeft verzoeker een brief van de hem behandelend psychiater van 1 augustus 2011 overgelegd, waarin is vermeld dat voor een succesvolle behandeling van zijn problemen de stabilisatie van de inkomsten van groot belang is.
4.3. Desgevraagd heeft verzoeker laten weten niet in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering, aangezien hij thans geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verzoeker ontvangt op het moment dan ook geen uitkering.
4.4. Nu verzoeker niet over enige inkomsten beschikt, is er sprake van spoedeisend belang.
4.5. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het hoger beroep van verzoeker evenwel geen kans van slagen. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat de rechtbank met betrekking tot de vraag of het bestreden besluit in rechte stand kan houden de juiste feiten in ogenschouw heeft genomen en het juiste toetsingskader heeft toegepast. De rechtbank heeft naar aanleiding van de beroepsgronden van verzoeker de verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken beoordeeld, die in het kader van de bestreden besluitvorming door het Uwv zijn verricht. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de rechtbank terecht de verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven. Verzoeker heeft geen gegevens in het geding gebracht die aanleiding geven voor twijfel aan de deugdelijkheid van die grondslag. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal daarom worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.
III. BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;
Recht doende;
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Awb af.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 september 2011.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) R.L. Rijnen.
KR