Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2011:BR6670

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/87 AOW + 10/101 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening nabestaandenuitkering op grond van geen nieuwe feiten

Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen de uitspraak van de Raad van 31 december 2008, waarin haar aanspraak op een nabestaandenuitkering werd afgewezen. Dit verzoek is behandeld door de Centrale Raad van Beroep op 2 september 2011. De Raad stelt vast dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

De Raad overweegt dat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die niet reeds in de eerdere procedure aan de orde zijn geweest. Het verzoek om herziening is daarom niet ontvankelijk. Tevens is overwogen dat het herzieningsmiddel niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de eerdere uitspraak te openen zonder nieuwe feiten.

De Raad wijst het verzoek om herziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de eerdere uitspraak van 31 december 2008, waarin het beroep van verzoekster ongegrond werd verklaard, in stand.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/87 AOW en 10/101 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[Verzoekster], wonende te Marokko (hierna: verzoekster),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 31 december 2008, 08/1164 en 08/4039,
in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 2 september 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak van 31 december 2008 heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
22 januari 2008, nr. 06/3348, en is het beroep gericht tegen het nadere besluit van de Svb van 8 juli 2008 ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 3 december 2009 heeft de Raad een verzoek om herziening van de uitspraak van 31 december 2008 afgewezen.
Verzoekster heeft bij brief van 15 december 2009 wederom een verzoek om herziening ingediend.
Door de Svb is op dit verzoek om herziening een reactie ingezonden.
Het verzoek is behandeld ter zitting van de Raad op 12 augustus 2011. Verzoekster is daar niet verschenen en de Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad stelt voorop dat het door verzoekster bij brief van 15 december 2009 ingediende verzoek aangemerkt moet worden als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 31 december 2008, nu daarin expliciet wordt aangegeven dat ten onrechte geen nabestaandenuitkering aan verzoekster is toegekend. Daarbij wijst de Raad erop dat al eerder is overwogen, onder meer in de uitspraak van 18 mei 2006 (LJN AX6446) dat op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) immer van een oorspronkelijke uitspraak herziening kan worden gevraagd.
2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3. Verzoekster heeft in haar verzoek om herziening aangevoerd dat zij het niet eens is met de uitspraak van de Raad van
31 december 2008, omdat zij meent aanspraak te kunnen maken op een nabestaandenuitkering.
4. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb juncto artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat namens verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in genoemde bepalingen van de Awb, naar voren is gebracht. Daarbij wijst de Raad erop dat de door verzoekster aangevoerde omstandigheden ook al naar voren zijn gebracht in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van 31 december 2008.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2011.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) E. Heemsbergen.
EV