ECLI:NL:CRVB:2011:BR5889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tweede bril wegens ontbreken bijzondere reden
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van twee brillen, waarvan de eerste deels werd vergoed door de ziektekostenverzekeraar en de tweede niet. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende bijstand toe voor de eerste bril, maar wees de aanvraag voor de tweede bril af omdat volgens het beleid geen bijzondere reden bestond voor vergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de tweede bril niet noodzakelijk was en dat het refractieverslag van het OLVG onjuist was. Appellant stelde in hoger beroep dat de refractieverslagen ten grondslag lagen aan de aanschaf van beide brillen.
De Raad oordeelde dat de brillenglazen van de tweede bril niet overeenkwamen met de door het OLVG voorgeschreven sterkte en dat appellant zijn eerste bril al had aangeschaft vóór de datum van de refractieverslagen, waardoor diens stelling niet geloofwaardig was. De Raad bevestigde dat het College conform het buitenwettelijke beleid handelde en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 16 augustus 2011 door de Centrale Raad van Beroep gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor de tweede bril bevestigd.