ECLI:NL:CRVB:2011:BR5880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand en terugvordering voorschot
Appellante vroeg op 15 september 2008 bijstand aan bij het Centrum voor Werk en Inkomen. Het College verzocht haar om bankafschriften over de periode 15 juni tot 15 september 2008, maar appellante leverde deze niet binnen de gestelde hersteltermijn aan. Het College stelde daarop de aanvraag buiten behandeling en vorderde het reeds verstrekte voorschot terug.
Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de buitenbehandelingstelling en terugvordering. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bekrachtigd.
De Raad oordeelde dat het College terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat de noodzakelijke gegevens ontbraken. Ook werd vastgesteld dat de brief over het stopzetten van het postadres geen besluit in de zin van de Awb was. Ten slotte werd bevestigd dat het College bevoegd was het voorschot terug te vorderen omdat geen recht op bijstand bestond. Appellante had geen gronden aangevoerd tegen deze terugvordering.
De Raad concludeerde dat appellante binnen de hersteltermijn redelijkerwijs over de gevraagde gegevens had kunnen beschikken en dat het College niet verplicht was een nieuwe termijn te verlenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de buitenbehandelingstelling van de aanvraag en de rechtmatigheid van de terugvordering van het voorschot.