ECLI:NL:CRVB:2011:BR5871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens niet tijdig overleggen gegevens
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand bij het Centrum voor werk en inkomen. Hij kreeg een hersteltermijn om ontbrekende bankafschriften te overleggen, maar leverde deze niet tijdig aan. Het Dagelijks Bestuur stelde de aanvraag daarom buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij zijn administratie niet op orde had en dat de termijn te kort was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen contact had gezocht om uitstel te vragen en niet had aangetoond dat hij de gegevens niet kon verkrijgen. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel. De Raad overwoog dat de hersteltermijn redelijk was en dat appellant redelijkerwijs in staat had moeten zijn de gevraagde gegevens tijdig te overleggen. Het later alsnog aanleveren van gegevens bij een nieuwe aanvraag deed hieraan niet af.
De Raad concludeerde dat het Dagelijks Bestuur bevoegd en redelijk heeft gehandeld door de aanvraag buiten behandeling te stellen. Er was geen grond om het besluit te vernietigen en het hoger beroep werd afgewezen. De proceskosten werden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling stelling van de aanvraag bevestigd.