ECLI:NL:CRVB:2011:BR5254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als klassenassistent
Appellante was tot 1 januari 2008 werkzaam als klassenassistent voor 32 uur per week en meldde zich op 20 augustus 2008 ziek met aanhoudende buikklachten en een navelbreuk. Na meerdere onderzoeken, waaronder door een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts, werd zij per 8 oktober 2009 hersteld geacht voor haar eigen werk. Het Uwv beëindigde daarop haar Ziektewetuitkering.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat zij haar werk niet kon verrichten vanwege fysieke beperkingen, waaronder een tillimiet van 10 kg en een verhoogde recidiefkans. Zij stelde ook dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat informatie van haar chirurg niet was opgevraagd en het arbeidskundige onderzoek pas na het instellen van beroep plaatsvond.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de bezwaarverzekeringsarts een voldoende duidelijk beeld had van de aard en zwaarte van de functie van klassenassistent. Het arbeidskundige onderzoek was aanvullend en bevestigde dat de functie lichte fysieke belasting kent, waarbij het tillen van kinderen geen essentieel onderdeel is en de tillimiet van 10 kg niet wordt overschreden. Schoonmaakwerkzaamheden zijn licht van aard en passend binnen de functie.
De Raad vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er was geen reden om aanvullende gegevens op te vragen bij de behandelend chirurg. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op Ziektewetuitkering omdat zij geschikt is voor haar eigen werk als klassenassistent.