ECLI:NL:CRVB:2011:BR4428

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6291 WWB-V + 10-6292 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WWB-zaken

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een WWB-zaak. De Raad van 7 juni 2011 verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het hogerberoepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevatte en appellante dit niet binnen de termijn had hersteld, op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb.

Appellante maakte tegen deze beslissing verzet. Uit de stukken bleek dat de rechtbank Amsterdam een brief van appellante had ontvangen waarin zij haar gronden uiteenzette, welke brief later aan de Raad was doorgezonden. De Centrale Raad oordeelde dat hierdoor geen sprake was van een verzuim en dat het toepassen van artikel 6:6 Awb Pro onterecht was.

De Raad verklaarde het verzet gegrond, waardoor de uitspraak van 7 juni 2011 verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werden geen kosten aan het verzet verbonden.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

10/6291 WWB-V
10/6292 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 oktober 2010, 08/3152 en 09/825 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen
Datum uitspraak: 8 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 7 juni 2011 heeft de Raad het door appellante bij brief van 18 oktober 2010 ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 heeft appellante verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 berust op de overwegingen dat het ingediende hogerberoepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevat en dat appellante dit verzuim niet binnen de daartoe op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb gestelde termijn, die eindigde op 24 januari 2011, heeft hersteld.
Uit de gedingstukken blijkt dat de rechtbank Amsterdam op 22 november 2010 een - ongedateerde - brief van appellante heeft ontvangen, welke brief op 9 december 2010 is doorgezonden aan de Raad. In die brief heeft appellante onder meer aangegeven op welke gronden zij zich niet met de aangevallen uitspraak kan verenigen.
Gelet hierop komt de Raad tot het nadere oordeel dat geen sprake is van een verzuim, zodat ten onrechte toepassing is gegeven aan artikel 6:6 van Pro de Awb.
Het verzet dient gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.