ECLI:NL:CRVB:2011:BR4321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op besluit beëindiging en terugvordering kinderbijslag
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om de kinderbijslag voor zijn uitwonende dochter vanaf 1992 te beëindigen en de reeds betaalde bedragen terug te vorderen. De Svb stelde dat appellant niet had aangetoond in het onderhoud van zijn dochter te hebben voorzien.
Appellant overhandigde nadien aanvullende documenten, maar deze waren reeds bij de oorspronkelijke besluitvorming betrokken. De Svb weigerde daarom terug te komen op haar eerdere besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat er onvoldoende zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de aanvullende stukken geen nieuwe feiten bevatten en dat ook omstandigheden als taalbeheersing en onwetendheid over bezwaarprocedures niet als nieuwe feiten kunnen gelden. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Sociale Verzekeringsbank om terug te komen op het besluit tot beëindiging en terugvordering van kinderbijslag.