ECLI:NL:CRVB:2011:BR4297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en beëindiging ZW-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig medewerker vliegtuigmotorenrivisie, ontving sinds 1993 een WAO-uitkering wegens knieklachten, die in 2007 werd herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en eerdere rechterlijke uitspraak werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Tevens werd de Ziektewetuitkering per 2 maart 2009 beëindigd vanwege geschiktheid voor ten minste één functie volgens de WAO-beoordeling.
De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, waarbij het opleidingsniveau van appellant op niveau 2 werd vastgesteld, passend bij eindbasisschoolniveau, en voldoende voor de functies waarop de WAO-beoordeling is gebaseerd. Medische rapportages van verzekeringsartsen en psychiaters ondersteunden de conclusie dat appellant ondanks beperkingen geschikt is voor deze functies.
In hoger beroep handhaafde de Raad deze beoordeling. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidskundige inschatting van het opleidingsniveau en de functiebeschrijvingen adequaat waren. Nieuwe medische stukken van appellant boden geen aanleiding tot herziening. De beëindiging van de ZW-uitkering werd daarmee bevestigd, evenals de herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en de beëindiging van de Ziektewetuitkering, en verklaart het hoger beroep ongegrond.