ECLI:NL:CRVB:2011:BR4117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medisch oordeel geschiktheid voor WAO-functies
Appellante, die sinds december 1998 arbeidsongeschikt was wegens psychische klachten en een WAO-uitkering ontving, meldde zich in mei 2009 ziek met maag-, rug- en psychische klachten. Na onderzoek door een bedrijfsarts op 14 augustus 2009 werd vastgesteld dat zij per 24 augustus 2009 geschikt was voor arbeid binnen de WAO-functies. Het UWV beëindigde daarop haar Ziektewetuitkering per die datum.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen op basis van een rapport van een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medische onderzoek zorgvuldig was en het oordeel over haar beperkingen afgewogen.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat onder de Ziektewet de maatstaf voor arbeidsongeschiktheid de laatstelijk verrichte arbeid is, tenzij na de maximale uitkeringsduur blijkt dat de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de WAO-functies. De Raad sluit zich aan bij het oordeel dat appellante geschikt is voor functies als sorteerder, inpakker en soldering technician.
De Raad ziet geen medische gronden voor een toename van beperkingen en acht het medisch onderzoek en de motivering van het UWV voldoende. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante wordt beëindigd per 24 augustus 2009 omdat zij geschikt is voor ten minste één van de WAO-functies.