ECLI:NL:CRVB:2011:BR4106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- N.M. van Waterschoot
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 1999 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ubbergen trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde het bedrag van € 10.012,68 terug, omdat appellanten niet hadden gemeld dat autokentekens op hun naam stonden, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormde.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank werd het teruggevorderde bedrag verlaagd tot € 5.994,70. In hoger beroep bestreden appellanten de bevoegdheid van het College om de bijstand in te trekken en stelden zij dat zij de inlichtingenverplichting niet hadden geschonden.
De Raad oordeelde dat uit gegevens van de RDW bleek dat meerdere autotransacties hadden plaatsgevonden waarbij kentekens kortstondig op naam van appellanten stonden. Deze transacties waren relevant voor het vaststellen van het recht op bijstand. Appellanten hadden nagelaten deze informatie te melden, ondanks dat van hen verlangd mocht worden dat zij zich hierover hadden geïnformeerd bij onduidelijkheden.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat controleerbare gegevens over de transacties ontbreken, waardoor het recht op bijstand over de betreffende maanden niet kan worden vastgesteld. De stellingen van appellanten werden verworpen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.