ECLI:NL:CRVB:2011:BR4054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek geschikt voor eigen werk
Appellant was werkzaam als verpakkingsmedewerker A bij MultiBedrijven Rotterdam en viel op 10 september 2007 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Het dienstverband werd op 31 juli 2008 beëindigd. Na onderzoek door verzekeringsarts Mirzoyan werd op 13 november 2008 vastgesteld dat appellant vanaf 17 november 2008 geschikt was voor zijn laatst verrichte werk, waarna het Uwv het ziekengeld stopzette.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond op basis van een rapportage van bezwaarverzekeringsarts Van der Stoep. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat zijn medische beperkingen onjuist waren beoordeeld. Hij bracht aanvullende medische informatie in van Riagg, een maatschappelijk werker en een psychotherapeut. De Raad overwoog echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig en weloverwogen was, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere conclusies dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk in het kader van de WSW. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep van appellant werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk en het ziekengeld per 17 november 2008 wordt beëindigd.