ECLI:NL:CRVB:2011:BR4034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet naleven inlichtingenplicht over woonsituatie
Appellante vroeg op 10 november 2009 bijstand aan en gaf daarbij een woonadres op. Het College van burgemeester en wethouders voerde een onderzoek uit, waaronder onaangekondigde huisbezoeken, waaruit bleek dat appellante niet op het opgegeven adres werd aangetroffen. Tevens werden verklaringen van appellante opgenomen waarin zij verklaarde elders te verblijven.
Het College wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat appellante woonachtig was op het opgegeven adres. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel op het adres woonde en dat zij een verklaring niet volledig had ondertekend.
De Raad oordeelde dat het standpunt van het College gegrond was, mede vanwege het rapport van het huisbezoek en de ondertekende verklaringen. De Raad volgt de vaste rechtspraak dat een ondertekende verklaring in beginsel juist wordt geacht, tenzij bijzondere omstandigheden dit tegenspreken, wat hier niet het geval was. Appellante had geen overtuigend bewijs geleverd dat de verklaring onjuist was.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan de inlichtingenplicht uit artikel 17, eerste lid, WWB, waardoor niet kon worden vastgesteld dat zij recht had op bijstand. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenplicht over haar woonsituatie.