ECLI:NL:CRVB:2011:BR3317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- N.M. van Waterschoot
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellant had vanaf 4 maart 2008 bijstand ontvangen als alleenstaande. Naar aanleiding van een melding dat appellant niet meer woonde op het opgegeven adres, voerde de gemeente Heerenveen een onderzoek uit met huisbezoeken en verklaringen. Hieruit bleek dat appellant sinds 1 mei 2008 niet meer op het opgegeven adres woonde.
Het College trok daarom de bijstand met ingang van 1 mei 2008 in en vorderde de kosten terug over de periode 1 mei 2008 tot en met 31 december 2008. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellant dat hij vanaf november 2008 bij zijn moeder woonde, maar de Raad oordeelde dat de onderzoeksresultaten voldoende waren om te concluderen dat appellant zijn woonadres niet juist had opgegeven.
De Raad verwierp de stelling van appellant dat de verklaringen van de hoofdbewoner onbetrouwbaar waren en vond dat appellant de inlichtingenverplichting uit artikel 17 WWB Pro had geschonden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.