ECLI:NL:CRVB:2011:BR3184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- H.C.P. Venema
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Weigering compensatie pensioennadeel op grond van gelijkheidsbeginsel
Appellant, werkzaam bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat, maakte gebruik van de Remkesregeling en ontving een FPU+ uitkering. Hij verzocht om aanpassing van deze uitkering en compensatie voor pensioenschade door late uitbetaling van salarisverhogingen. De minister wees dit verzoek aanvankelijk af, maar kwam gedeeltelijk tegemoet door de FPU+ uitkering aan te passen.
Appellant stelde dat hij ook compensatie voor het pensioennadeel moest krijgen, mede op grond van het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar een oud-collega (O) die een dergelijke compensatie had ontvangen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en oordeelde dat het pensioennadeel een uitbreiding van het geschil was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het pensioennadeel wel degelijk onderdeel was van het oorspronkelijke verzoek en vernietigde de eerdere uitspraak. De Raad stelde vast dat appellant niet gelijkgesteld kon worden aan O, omdat O een specifieke toezegging had gekregen die appellant niet had. Daarom was de weigering van compensatie niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel en werd het beroep ongegrond verklaard.
De Raad wees een vergoeding van het betaalde griffierecht toe aan appellant. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van overige proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van compensatie voor het pensioennadeel wordt ongegrond verklaard.