ECLI:NL:CRVB:2011:BR2753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering voor periode vóór 1 januari 1998
Appellant, geboren in 1964 en sinds zijn jeugd invalide door juveniele reumatoïde artritis en later het Lambert-Eaton myasthenie syndroom, heeft vanaf 1983 een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW. Deze aanvraag werd in 1984 afgewezen wegens niet-ingezetenschap in Nederland, een besluit dat onherroepelijk werd.
In 2000 diende appellant opnieuw een aanvraag in, die door het UWV werd geweigerd omdat hij reeds volledig arbeidsongeschikt was op het moment van verzekering. Na bezwaar en beroep vernietigde de Raad het besluit en gaf het UWV opdracht een nieuwe beslissing te nemen, waarbij appellant vanaf 1 januari 1998 een Wajong-uitkering werd toegekend.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij ook voor die datum aanspraak had op een uitkering en dat het UWV onrechtmatig had gehandeld. De Raad overwoog dat de brief van het UWV van november 2007 slechts een voornemen betrof en dat het definitieve besluit van maart 2008 als besluit in de zin van de Awb moet worden gezien.
De Raad stelde vast dat appellant geen eerdere aanvraag had ingediend na het besluit van 1984 en dat er geen sprake was van een bijzonder geval dat een eerdere ingangsdatum zou rechtvaardigen. Onbekendheid met nieuwe regelgeving en jurisprudentie vormt geen verontschuldiging. Daarom is het UWV niet bevoegd een uitkering toe te kennen voor de periode vóór 1 januari 1998.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV niet bevoegd is om voor 1 januari 1998 een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen aan appellant.