ECLI:NL:CRVB:2011:BR2230

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3478 AW-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R. Scheffer
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake onvoorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar

In deze zaak gaat het om het hoger beroep van de Minister van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het onvoorwaardelijk strafontslag van een ambtenaar vernietigde. De ambtenaar had tijdens en buiten werktijd met de diensttelefoon gebeld naar 0900-nummers, grotendeels sekslijnen, wat leidde tot hoge belkosten.

De rechtbank oordeelde dat het plichtsverzuim weliswaar ernstig was, maar het ontslag onevenredig geacht werd vanwege de goede staat van dienst van de ambtenaar. De Minister stelde zich hiertegen op het standpunt dat het ontslag wel gerechtvaardigd was.

De voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoek spoedeisend was en dat de ambtenaar weer op de werkvloer moest worden toegelaten en bezoldigd. Echter, inhoudelijk was de voorlopige beoordeling dat het ontslag niet onevenredig was vanwege het herhaaldelijke en ernstige plichtsverzuim, ondanks eerdere berispingen en duidelijke afspraken.

Gelet op de functie van de ambtenaar, waarbij hoge eisen aan integriteit worden gesteld, en rekening houdend met psychische problemen, kan van de Minister niet worden verlangd het dienstverband voort te zetten. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en de werking van de eerdere uitspraak geschorst.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het onvoorwaardelijk strafontslag blijft voorlopig in stand.

Uitspraak

11/3478 AW-VV
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak van de
voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep
inzake het verzoek van:
de Minister van Veiligheid en Justitie, (hierna: verzoeker),
in verband met het hoger beroep van:
verzoeker
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 12 januari 2011, 10/0920 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene)
en
verzoeker
Datum: 18 juli 2011
De beslissing luidt:
Wijst het verzoek van verzoeker om voorlopige voorziening toe;
Schorst de werking van de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is als volgt gemotiveerd.
1. Bij de aangevallen uitspraak is de handhaving door verzoeker van een aan betrokkene verleend strafontslag vernietigd. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van toerekenbaar zeer ernstig plichtsverzuim. Het gegeven onvoorwaardelijk strafontslag acht de rechtbank echter onevenredig. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het gewraakte gebruik van de diensttelefoon geen belemmering was of zal vormen voor een goede uitoefening werkzaamheden van betrokkene, betrokkene zijn werkzame leven in dienst is geweest bij het Openbaar Ministerie en steeds naar volle tevredenheid heeft gefunctioneerd. De rechtbank heeft het ontslag om die reden niet in stand gelaten. Verzoeker heeft zich tegen deze overwegingen van de aangevallen uitspraak gekeerd.
2. In de eerste plaats is de vraag of sprake is van spoedeisendheid. Die vraag beantwoordt de voorzieningenrechter bevestigend. Nu partijen niet tot een overeenstemming zijn gekomen dient verzoeker uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank en betrokkene weer toe te laten op de werkvloer en bezoldiging (door) te betalen. Betrokkene vraagt dat ook van verzoeker.
3. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat de aangevallen uitspraak naar alle waarschijnlijkheid geen stand zal houden. De voorzieningenrechter is anders dan de rechtbank van oordeel dat het gegeven onvoorwaardelijk strafontslag niet onevenredig is aan de aard en ernst van het plichtsverzuim, dat bestaat uit het zowel tijdens als buiten diensttijd bellen met de diensttelefoon naar 0900 nummers, grotendeels sekslijnen. Daarmee was tussen juli en september 2007 een bedrag van € 4.490,- aan belkosten gemoeid. De voorzieningenrechter acht daarvoor van belang dat betrokkene reeds twee keer was berispt voor soortgelijk plichtsverzuim. Na de berisping in 2006 heeft betrokkene verzekerd dat herhaling van het gedrag niet meer zal voorkomen en zijn met hem duidelijke afspraken gemaakt. Betrokkene heeft een gebruikersverklaring getekend, waarin hij nogmaals heeft verklaard niet privé gebruik te zullen maken van de diensttelefoon. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden om zijn gedrag voort te zetten, zelfs in grotere omvang dan de eerdere keren. Betrokkene heeft dit niet aan verzoeker gemeld en heeft evenmin iets ondernomen om het gedrag te stoppen. Gelet op de aard van het gedrag in combinatie met de functie die betrokkene bekleedde, waarbij hoge eisen worden gesteld aan de integriteit, is de voorzieningenrechter van oordeel dat van verzoeker, ook indien rekening wordt gehouden met de psychische problemen van betrokkene, niet gevergd kan worden het dienstverband voort te zetten.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier. De voorzieningenrechter.
(get.) R. Scheffer. (get.) K. Zeilemaker.
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.