ECLI:NL:CRVB:2011:BR1096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks gehoorproblemen en beperkingen
Appellant ontving sinds 1995 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid na een ongeval. Na heronderzoek in 2007 stelde het UWV de uitkering bij op basis van een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen, waarbij onvoldoende rekening was gehouden met gehoorproblemen en psychische beperkingen.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit met aanpassingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die rekening hielden met gehoorproblemen zoals hyperacusis en tinnitus. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer arbeidsongeschikt was dan vastgesteld en stelde bezwaren tegen de belastbaarheid in de gebruikte functies.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de belastbaarheid op de aspecten reiken en buigen had vastgesteld en dat hiertegen geen hoger beroep was ingesteld, waardoor deze aspecten niet opnieuw ter beoordeling stonden. De Raad vond dat het UWV voldoende rekening had gehouden met gehoorproblemen door specifieke aanpassingen in de FML en dat de gekozen functies passend waren binnen de belastbaarheid van appellant.
De audioloog bevestigde dat het gebruik van otoplastieken als gehoorbescherming verlichting biedt bij hyperacusis en dat een goede instelling mogelijk is. De Raad concludeerde dat het UWV voldoende gevolg had gegeven aan de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee het bestreden besluit werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.