ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9492

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-236 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene OuderdomswetAlgemene nabestaandenwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging AOW-uitkering met korting en intrekking ANW-uitkering na 65 jaar

Appellante, woonachtig in Marokko, maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarbij haar AOW-uitkering werd toegekend met een korting van 72% wegens 36 niet-verzekerde jaren en haar ANW-uitkering werd ingetrokken per 1 juli 2007 vanwege het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor wat betreft de procedurele afhandeling van de intrekking van de ANW-uitkering, maar ongegrond ten aanzien van de hoogte van de AOW-uitkering. In hoger beroep verzocht appellante om toekenning van een ANW-uitkering over de periode januari 2001 tot en met 15 november 2001 en verhoging van haar AOW-uitkering.

De Raad stelde vast dat appellante tot de datum van het overlijden van haar echtgenoot geen recht had op een ANW-uitkering en dat een nabetaling over die periode niet aan de orde was. Ook was niet gebleken dat de Svb de huwelijkse tijdvakken onjuist had vastgesteld. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep van appellante af.

De Raad achtte geen gronden aanwezig om partijen te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door H.J. Simon en uitgesproken op 24 juni 2011.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de AOW-uitkering en de intrekking van de ANW-uitkering na het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

Uitspraak

10/236 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te Marokko (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 december 2009, 08/4658 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 24 juni 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De Svb heeft van verweer gediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 27 mei 2011. Appellante is niet verschenen ter zitting. Voor de Svb is verschenen mr. G.E. Eind.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante, geboren [in] 1942, woont in Marokko. Haar echtgenoot heeft in Nederland in dienstbetrekking arbeid verricht en is van 4 oktober 1988 tot de datum van zijn overlijden, 15 november 2001, verzekerd geweest ingevolge de volksverzekeringen. Appellante heeft in die tijd huwelijkse tijdvakken opgebouwd voor de toepassing van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en na het overlijden van haar echtgenoot is aan appellante een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) toegekend.
1.2. Bij besluit van 2 januari 2007 is aan appellante met ingang van 1 juli 2007 een pensioen ingevolge de AOW toegekend. Daarbij is een korting toegepast van 76% wegens 38 niet verzekerde jaren. Verder is bij dit besluit per genoemde datum de uitkering ingevolge de ANW ingetrokken wegens het bereiken door appellante van de 65-jarige leeftijd.
2.1. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend.
2.2. Nadat het bezwaar bij besluit van 2 augustus 2007 niet-ontvankelijk was verklaard wegens termijnoverschrijding, heeft de Svb bij besluit van 31 oktober 2007 het besluit van 2 augustus 2007 ingetrokken. De korting is vastgesteld op 72% wegens, afgerond, 36 niet-verzekerde jaren. Bij besluit van 24 oktober 2008 heeft de Svb het bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard.
3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep gegrond verklaard in zoverre dat bij het bestreden ten onrechte niet opnieuw is beslist inzake de intrekking van de uitkering van appellante ingevolge de ANW. De rechtbank heeft die intrekking terecht geoordeeld en, zelf in de zaak voorziend, de uitkering ingetrokken per 1 juli 2007. Het beroep inzake de hoogte van de vaststelling van de uitkering ingevolge de AOW is ongegrond verklaard.
4. In hoger beroep heeft appellante verzocht om toekenning van een ANW-pensioen over de periode van januari 2001 tot en met 15 november 2001. Daarnaast verzoekt zij om verhoging van haar uitkering ingevolge de AOW.
5.1. De Raad oordeelt als volgt.
5.2. De Raad stelt vast dat niet in geschil is dat de echtgenoot van appellante is overleden op 15 november 2001. Appellante heeft tot die datum geen recht op een uitkering ingevolge de ANW, zodat ook van een nabetaling in de door haar gestelde periode geen sprake kan zijn. Voor zover uit de stellingen van appellante moet worden begrepen dat haar overleden echtgenoot in genoemde periode recht op een nabetaling zou toekomen merkt de Raad op dat een dergelijke nabetaling geen voorwerp vormt van de onderhavige procedure, zodat die grond niet kan leiden tot vernietiging van de uitspraak. Ten aanzien van de hoogte van de AOW-uitkering merkt de Raad op dat gesteld noch gebleken is dat door de Svb de huwelijkse tijdvakken, waarop de uitkering ingevolge de AOW rust, onjuist zijn vastgesteld. Ook in zoverre slaagt het beroep van appellante niet.
5.3. De Raad acht geen termen aanwezig om één van de partijen te veroordelen in de proceskosten ingevolge artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar 24 juni 2011.
(get.) H.J. Simon.
(get.) N.S.A. El Hana.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.
TM