ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9166

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-738 AKW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in socialezekerheidszaak afgewezen

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een socialezekerheidszaak. De Raad heeft dit hoger beroep op 16 juni 2010 niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig was ingediend.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Bij het verzet stelt appellant dat hij de uitspraak pas op 4 oktober 2010 heeft ontvangen, maar deze stelling is niet onderbouwd met stukken.

De Centrale Raad van Beroep heeft ambtshalve onderzocht of het verzet ontvankelijk is. Gezien het ontbreken van feiten of omstandigheden die de termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen, oordeelt de Raad dat het verzet niet-ontvankelijk is. De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 juni 2011 en is in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens aanzienlijke termijnoverschrijding.

Uitspraak

10/738 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2009, 08/3239 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 7 juni 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 16 juni 2010, bij aangetekende brief verzonden op 16 juni 2010, heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 16 juni 2010 heeft appellant verzet gedaan.
Bij brief van 2 november 2010 heeft appellant een door de Raad gestelde vraag beantwoord.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 april 2011, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 28 juli 2010. Het door appellant ingediende verzetschrift is gedateerd 5 oktober 2010 en is op
12 oktober 2010 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus - aanzienlijk – overschreden.
In het verzetschrift en in de brief van 2 november 2010 heeft appellant verklaard dat hij de uitspraak van de Raad van 16 juni 2010 eerst op 4 oktober 2010 heeft ontvangen. Deze stelling is echter niet met stukken of anderszins onderbouwd, zodat de Raad reeds om die reden daaraan voorbijgaat. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken.
Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
KR