ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9164
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht en geen verzoek uitstel
Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere beslissing van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. De Raad overwoog dat het griffierecht binnen de gestelde termijn van vier weken niet was betaald en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in verzuim was.
In het verzet gaf appellant aan dat hij vanwege zijn financiële situatie niet in staat was het griffierecht te voldoen. De Raad oordeelde echter dat dit beroep op financieel onvermogen pas in het verzet werd gedaan en niet binnen de termijn waarbinnen het griffierecht betaald had moeten worden. Ook was er geen verzoek om uitstel van betaling binnen die termijn ingediend.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 7 juni 2011.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en geen verzoek om uitstel.