ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9008
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1944 in het voormalig Nederlands-Indië, diende in november 2008 een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Verweerder wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de nationaliteitseis en omdat niet was vastgesteld dat hij vervolging in de zin van de Wuv had ondergaan.
Appellant stelde in beroep dat hij onder slechte omstandigheden in het kamp Soemobito had verbleven en verzocht om begrip voor zijn situatie als gewezen inheemse Nederlander. De Raad constateerde een verschrijving in het bestreden besluit waar Soekaboemi Opvoedingsgesticht stond, terwijl Soemobito bedoeld werd, maar dit was geen reden voor vernietiging.
Uit een zorgvuldig onderzoek, waaronder informatie van het Nederlands Rode Kruis en andere dossiers, bleek dat appellant tijdens de Japanse bezetting niet vervolging in de zin van de Wuv had ondergaan. Wel verbleef hij tijdens de naoorlogse Bersiap-periode in kamp Soemobito, maar die periode valt buiten het toepassingsbereik van de Wuv. Verblijf in een opvangkamp en slechte omstandigheden vormen geen grond voor erkenning als vervolgde volgens de Wuv.
Omdat niet is vastgesteld dat appellant vervolging in de zin van de Wuv heeft ondergaan, werd het beroep ongegrond verklaard. Het griffierecht werd niet teruggevorderd omdat dit reeds door de voormalige Raadskamer WUV was betaald, en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is vastgesteld dat appellant vervolging in de zin van de Wuv heeft ondergaan.