ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bolt
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Verlaging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medewerking re-integratie bevestigd
Appellant, een voormalig elektromonteur, kreeg een Ziektewetuitkering na ziekte en het einde van zijn arbeidsovereenkomst. Het UWV stelde een Plan van Aanpak op, waarin een verplicht programma bij Winnock was opgenomen ter re-integratie. Appellant weigerde deel te nemen aan dit programma, waarop het UWV een verlaging van zijn uitkering oplegde.
De rechtbank vernietigde een eerdere maatregel wegens onjuiste toepassing van recidive, maar bevestigde dat appellant onvoldoende meewerkte. Het UWV paste daarop de maatregel aan. In hoger beroep betwistte appellant de juistheid van de weergave van het gesprek met de case-manager en stelde dat het programma niet op zijn situatie was toegesneden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht een maatregel oplegde, gezien de verplichting tot medewerking aan re-integratie en het ontbreken van verminderde verwijtbaarheid of dringende redenen om af te zien van de maatregel. Het beroep werd ongegrond verklaard en de verlaging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de Ziektewetuitkering met 25% wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie wordt bevestigd.