ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die zich wegens diverse lichamelijke klachten ziek heeft gemeld, verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn beperkingen waren onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten, waaronder prostaatklachten, nierstenen, rugklachten en een perianaal fistel, maar kon hij dit niet onderbouwen met medische gegevens die relevant waren voor de datum van beoordeling. De Raad volgde de rechtbank en het UWV in hun beoordeling dat de beperkingen adequaat waren ingeschat en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Raad nam het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts over, die overtuigend had aangetoond dat de medische gegevens geen nieuwe inzichten boden die tot een andere uitkomst zouden leiden. Ook de klachten die appellant het meest hinderden, zoals de perianale fistel, werden voldoende meegenomen in de beoordeling. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.