ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering BWOO-uitkering wegens overschrijding zelfstandige uren
Appellant ontving een BWOO-uitkering en was sinds 1995 als zelfstandige actief met een onderneming in kuurreizen. In 1998 werd overeengekomen dat appellant 9,5 uur per week werkte, wat in mindering werd gebracht op zijn uitkering. Later bleek dat appellant bij de Belastingdienst een hoger aantal uren had opgegeven om in aanmerking te komen voor zelfstandigenaftrek.
De minister stelde vast dat appellant meer uren werkte dan overeengekomen en beëindigde de uitkering per 1 november 1998. Tevens werd een bedrag van ruim €66.000 teruggevorderd wegens onverschuldigde betalingen. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de minister onvoldoende uitvoering gaf aan eerdere uitspraken en dat het rapport van de nationale ombudsman relevant was. De Raad verwierp deze grieven en oordeelde dat het opgegeven aantal uren niet geloofwaardig was, mede gezien de omzetstijging en aard van de werkzaamheden.
De Raad bevestigde dat de minister terecht uitging van het minimumaantal uren dat nodig is voor zelfstandigenaftrek en dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden. De terugvordering en vermindering van de uitkering bleven daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vermindering en terugvordering van de BWOO-uitkering wegens overschrijding van zelfstandige uren en schending van de inlichtingenplicht.