ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als productiemedewerker, meldde zich in 2006 ziek wegens psychische klachten. Het UWV weigerde hem per 22 september 2008 een WIA-uitkering toe te kennen omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Appellant maakte bezwaar en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische beperkingen, onder meer op basis van een brief van zijn psycholoog.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd medisch geschikt waren. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid en wees erop dat de brief van de psycholoog geen nieuwe aspecten bevatte die tot een ander oordeel zouden leiden.
De Raad nam tevens in aanmerking dat de toekenning van een uitkering per 1 december 2010 een reactie was op een nieuwe melding van arbeidsongeschiktheid en niet relevant was voor de beoordeling van het bestreden besluit. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.