ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat volgens haar onvoldoende medisch onderzoek was gedaan en zij geen duurzaam benutbare mogelijkheden had. De Raad verwees naar het eerdere oordeel van de rechtbank Utrecht, die het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig beoordeelde, mede omdat deze informatie had ingewonnen bij de huisarts van appellante.
De Raad stelde dat appellante geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd die een ander beeld van haar gezondheidstoestand zouden geven. Ook de WSW-indicatie en het feit dat appellante 18 uur per week in WSW-verband werkt, waren volgens de Raad geen reden om de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling te herzien, omdat het WSW-traject een ander doel en wettelijke basis heeft dan de WAO-beoordeling.
De functionele mogelijkhedenlijst waarop de arbeidsongeschiktheidschatting was gebaseerd, werd als passend beschouwd bij de belastbaarheid van appellante. De Raad zag geen grond om het besluit van het UWV te vernietigen en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 Awb Pro rechtvaardigden.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.