ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1996 een WAO-uitkering ontving wegens psychische klachten, werd geconfronteerd met een besluit van het UWV tot intrekking van haar uitkering per 5 augustus 2008, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij zich kon vinden in de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren tegen de medische vaststelling en stelde zij dat zij niet geschikt was voor de voorgestelde functies, mede vanwege haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal. De Raad overwoog dat de medische beoordeling juist en voldoende onderbouwd was en dat er geen reden was om de geschiktheid voor de functies te betwijfelen. De Raad stelde vast dat appellante geacht mag worden de Nederlandse taal op NT1-niveau te beheersen, het laagst vereiste niveau bij inburgering.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.