ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5055

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2538 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar WIA-uitkering werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit.

Appellante voerde aan dat haar opleidingsniveau ten onrechte op niveau 2 was vastgesteld, omdat zij geen basisonderwijs in Marokko had genoten en nauwelijks Nederlands kan lezen of schrijven, waardoor zij niet geschikt zou zijn voor de geduide functies.

De Raad overwoog dat de arbeidsdeskundigen voldoende hadden gemotiveerd waarom opleidingsniveau 2 passend is, rekening houdend met het feit dat appellante lager onderwijs in Marokko volgde en drie opleidingen Nederlands als tweede taal heeft gevolgd. De functies vereisen slechts een zeer basaal niveau van lezen en schrijven, wat onder de gegeven omstandigheden passend wordt geacht.

Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.

Uitspraak

10/2538 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 maart 2010, 09/4224 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 mei 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.H.M. Klerks, werkzaam bij Abvakabo FNV te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011, waar appellante en haar gemachtigde met voorafgaande kennisgeving niet zijn verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.
II. OVERWEGINGEN
1. Het beroep van appellante richt zich tegen het besluit van 6 mei 2009 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 22 juli 2008, strekkende tot de vaststelling dat appellante geen recht heeft op een uitkering ingevolgde de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 15 september 2008 omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
3. Appellante heeft zich op arbeidskundige gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellante is van mening dat ten onrechte opleidingsniveau 2 is vastgesteld omdat zij geen basisonderwijs in Marokko heeft genoten en vrijwel niet kan lezen of schrijven in het Nederlands. Dit leidt volgens appellante ertoe dat zij drie van de vier geduide functies niet kan vervullen.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. De Raad is van oordeel dat door de (bezwaar)arbeidsdeskundigen in hun rapporten van 30 juni 2008 en 16 juni 2010 genoegzaam is uiteengezet waarom het opleidingsniveau van appellante op 2 bepaald kan worden. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat de arbeidsdeskundige tot uitgangspunt heeft genomen dat appellante lager onderwijs in Marokko heeft gevolgd en gedurende drie jaren of delen daarvan drie opleidingen Nederlands als tweede taal heeft gevolgd. Bepaling van dit opleidingsniveau is mede gebaseerd op hetgeen appellante heeft verklaard tegen de arbeidsdeskundige dat zij geen Nederlands kan schrijven, wel lezen, spreken en verstaan. Wat betreft de geschiktheid van de functies, gelet op de daaraan aan het lezen en schrijven van de Nederlandse taal gestelde eisen, overweegt de Raad als volgt. In twee van de drie geduide functies, te weten magazijn, expeditiemedewerker (sbc-code 111220) en productiemedewerker industrie (111180) wordt zoals blijkt uit de Resultaat functiebeoordeling enige lees- en schrijfvaardigheid vereist. In eerstgenoemde functie is het lezen en schrijven beperkt tot laadlijsten controleren, invullen en vrachtbrieven produceren. In de tweede functie is het lezen beperkt tot het lezen van instructiebladen, stuklijsten en tekeningen. De Raad is van oordeel dat in deze twee functies, waarbij ook mondelinge instructies worden gegeven, het niveau waarop en de mate waarin appellante Nederlands moet kunnen lezen en schrijven zeer basaal is en vermag dan ook onder de in dit geval gegeven omstandigheden niet in te zien dat appellante op dit punt niet in staat kan worden geacht tot het vervullen van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies.
4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaaar op 18 mei 2011.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M.A. van Amerongen.
IvR