ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5009

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2365 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting levercirrose en arbeidsongeschiktheid

Appellant, voormalig electromonteur, viel sinds 20 mei 1985 uit wegens linkerschouderklachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV besloot op 19 maart 2009 de uitkering te herzien naar 25-35% met ingang van 5 november 2008. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, steunend op een medische en arbeidskundige grondslag.

In hoger beroep voerde appellant aan volledig arbeidsongeschikt te zijn en stelde hij dat op de datum van herziening sprake was van levercirrose. Hij overhandigde medische informatie en verzocht om een deskundigenonderzoek. Tevens betwistte hij de geschiktheid van de geduide functies.

De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. De stelling van levercirrose op de peildatum werd verworpen op basis van een onderbouwing door de bezwaarverzekeringsarts. Het verzoek tot inschakeling van een deskundige werd afgewezen. Ook zag de Raad geen reden om aan te nemen dat de functies medisch ongeschikt waren.

Daarmee faalde het hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.

Uitspraak

10/2365 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 maart 2010, 09/2150 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 mei 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M. Laseur, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift en een nader arbeidskundig rapport ingediend.
Appellant heeft aanvullende stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011, waar appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Laseur. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellant, die werkzaam is geweest als electromonteur, is op 20 mei 1985 uitgevallen vanwege linkerschouderklachten. Na afloop van de wachttijd is appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
2.1. Het beroep van appellant richtte zich tegen het besluit van 19 maart 2009 (hierna: bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 4 september 2008. Daarbij is bepaald dat de WAO-uitkering van appellant met ingang van 5 november 2008 wordt herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
3. In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat hij volledig arbeidsongeschikt is, dat hij meer beperkt is dan is aangenomen en dat bij hem op de datum in geding, 5 november 2008, sprake was van levercirrose. Appellant heeft ter ondersteuning hiervan informatie van de behandelende MDL-artsen en verzekeringarts W.M. van der Boog overgelegd en verzocht om inschakeling van een deskundige. Ten slotte is de geschiktheid van de geduide functies bestreden.
4. De Raad overweegt het volgende.
4.1. De Raad ziet in hetgeen appellant naar voren heeft gebracht geen aanleiding het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de medische grondslag voor onjuist te houden. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is geweest en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellant vastgestelde beperkingen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat de informatie van de huisarts, radioloog en behandelende internist/nefroloog afdoende is meegewogen. Wat betreft de stelling van appellant dat de levercirrose op de datum op geding, 5 november 2008, bij hem bestond, is de Raad van oordeel dat door de bezwaarverzekeringsarts R.A. Admiraal genoegzaam is uiteengezet waarom de door de verzekeringsarts Van der Boog gegeven medische onderbouwing aan deze stelling niet kan worden gevolgd. De omstandigheden dat de levercirrose bij appellant in mei 2010 is vastgesteld, dat appellant vervolgens een uitkering ingevolge de Ziektewet heeft ontvangen en dat hij thans volledig arbeidsongeschikt is bevonden doen hieraan niet af. Deze omstandigheden betreffen de medische toestand van appellant circa anderhalf jaar na de datum in geding. In het voorgaande ligt besloten dat de Raad het verzoek tot inschakeling van een deskundige afwijst.
4.2. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, geen aanleiding voor de veronderstelling dat de in aanmerking genomen functies niet in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.
4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2011.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M.A. van Amerongen.
EK