ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit eigen bijdrage AWBZ wegens tijdig bezwaar
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het CAK over de eigen bijdrage voor AWBZ-zorg, waarbij zij stelde dat zij sinds januari 2006 geen gezinshulp had ontvangen en dat het aantal zorguren onjuist was vastgesteld. Hoewel de rechtbank oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend, stelde de Raad vast dat een brief van 2 juli 2007 als bezwaarschrift kon worden aangemerkt, omdat daarin duidelijk werd gemaakt dat appellante het niet eens was met het besluit van 19 juni 2007.
De Raad oordeelde dat het op de weg van het CAK lag om te informeren naar de bedoeling van appellante indien onduidelijkheid bestond. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het bezwaar niet tijdig was ingediend. Daarom vernietigde de Raad het eerdere besluit en bepaalde dat het CAK opnieuw op het bezwaar moet beslissen, met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Daarnaast wees de Raad erop dat ook de vraag of er een betalingsregeling met appellante was getroffen opnieuw moet worden beoordeeld. De Raad wees de proceskosten toe aan appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen het besluit over de eigen bijdrage AWBZ is tijdig ingediend en het CAK moet opnieuw beslissen.