ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid na ziekmelding vanuit WW-uitkering
Appellant ontving een WAO-uitkering en meldde zich ziek vanuit een WW-uitkering wegens hand/pols-, maag- en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant geschikt was voor de laatstelijk geduide functies in het kader van de WAO, waarna het recht op Ziektewet-uitkering werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, met name omdat geen psychiater of psycholoog was geraadpleegd en zijn klachten onderschat werden. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat de klachten geen beperkingen opleverden voor de geduide functies en bevestigde de geschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor de geduide functies. De door appellant overgelegde rapportages van het Instituut Psychosofia gaven geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad zag geen reden tot proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd dat appellant geschikt is voor de laatstelijk geduide functies.