ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over woonsituatie
Appellante vroeg bijstand aan als alleenstaande en gaf aan tijdelijk bij buren te wonen. Tijdens het onderzoek ontstonden twijfels over haar woonsituatie vanwege tegenstrijdige gegevens op het aanvraagformulier en een onduidelijke inschrijfdatum. Ambtenaren bezochten onaangekondigd het opgegeven adres en troffen er weinig persoonlijke spullen aan, wat niet overeenkwam met een hoofdverblijf.
Appellante verklaarde dat zij vanwege een conflict met haar ex-partner weinig spullen had meegenomen en dat zij op het moment van het huisbezoek bezig was met verhuizen. De Raad oordeelde dat er voldoende redelijke grond was voor het huisbezoek en dat appellante haar woonadres niet aannemelijk had gemaakt. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad onderschreef de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam en stelde vast dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden. Het hoger beroep werd afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd afgewezen vanwege schending van de inlichtingenverplichting over de woonsituatie.