ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen brief inzake aanvulling aanvraag bijstand
Appellant diende op 7 mei 2008 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het College verzocht appellant bij brief van 3 juni 2008 om aanvullende gegevens binnen een gestelde termijn, waarbij de afhandeling van de aanvraag werd opgeschort en werd gewaarschuwd dat bij uitblijven van de gevraagde informatie de aanvraag niet verder behandeld zou worden. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit zou zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit ongegrond, stellende dat de brief louter informatief was en dat bezwaar pas mogelijk is tegen een inhoudelijk besluit of een besluit tot buitenbehandelingstelling. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de brief wel een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 Awb Pro, omdat het een verplichting oplegt aan appellant om gegevens aan te leveren, maar dat appellant daardoor niet rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen los van het te nemen besluit op de aanvraag.
De Raad benadrukt dat het besluit in de brief kan worden aangevochten in bezwaar en beroep tegen een besluit tot buitenbehandelingstelling of een inhoudelijk besluit op de aanvraag, waarbij ook schade wegens vertraging kan worden gevorderd. Daarom is de brief niet vatbaar voor bezwaar en is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van 3 juni 2008 is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt verworpen.