ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0428
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.G. Treffers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vaste aanstelling na uitzendovereenkomst niet toewijsbaar
Betrokkene was van mei tot november 2008 werkzaam bij de gemeente ’s-Gravenhage op basis van een uitzendovereenkomst. Vervolgens werd hij op grond van artikel 2:4 van Pro het Arbeidsvoorwaardenreglement gemeente ’s-Gravenhage (ARG) tijdelijk als ambtenaar aangesteld, met verlenging tot mei 2010.
De rechtbank had geoordeeld dat de uitzendovereenkomst gelijkgesteld moest worden aan een tijdelijke aanstelling, waardoor betrokkene per 1 mei 2010 een vaste aanstelling kreeg. Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat artikel 2:4 ARG Pro niet zo kan worden uitgelegd dat een uitzendovereenkomst gelijkstaat aan een tijdelijke aanstelling. Daarom bestaat een redelijke mate van waarschijnlijkheid dat de uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven. De werking van de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de werking van de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.