ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking adresloze
Appellant, die onder de Pardonregeling viel en geen vast woonadres had, had een briefadres toegewezen gekregen door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Hij vroeg een bijstandsuitkering aan en gaf daarbij een verblijfadres op, maar reageerde niet op oproepen om op het kantoor te verschijnen voor nadere inlichtingen over zijn woonsituatie.
Het College wees de aanvraag af vanwege deze onvoldoende medewerking. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat een betrokkene geacht kan worden woonplaats te hebben op het door hem opgegeven adres.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet tijdig was bereikt omdat hij niet op het juiste adres was aangeschreven. De Raad oordeelde dat controleerbare gegevens over de feitelijke woon- en leefsituatie essentieel zijn en dat het College terecht onderzoek deed naar het opgegeven verblijfadres. De Raad verwierp de stelling dat een adresloze geen mededeling hoefde te doen van zijn verblijfplaats.
Omdat appellant niet op de uitnodigingen reageerde en onvoldoende medewerking verleende, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de bijstandsuitkering bevestigd wegens onvoldoende medewerking.