ECLI:NL:CRVB:2011:BP9668

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3701 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem inzake een WAO-zaak. Het UWV kwam echter geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant met een nieuwe beslissing op bezwaar van 16 december 2010. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het UWV inderdaad aan de bezwaren tegemoet was gekomen en oordeelde dat het UWV op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet in de proceskosten moest worden veroordeeld. De proceskosten werden begroot op € 1.081,--, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.

De Raad bepaalde dat het griffierecht rechtstreeks bij het UWV kon worden gevorderd en stelde het onderzoek ter zitting achterwege met instemming van partijen. De uitspraak werd gedaan door voorzitter D.J. van der Vos op 25 maart 2011.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.081,-- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming in bezwaar.

Uitspraak

10/3701 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 18 mei 2010, 09/3605 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv)
Datum uitspraak: 25 maart 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.B.Th. Koekkoek, werkzaam bij CNV Vakmensen te Drachten, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 16 december 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar afgegeven.
Bij brief van 26 januari 2011 heeft mr. Koekkoek namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft de Raad doen laten weten geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 16 december 2010 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase, staan de Raad nog ter beoordeling te kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.081,--.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2011.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M. Mostert.
GdJ