ECLI:NL:CRVB:2011:BP9614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling dagloon WW-uitkering ondanks betwiste nabetalingen
Appellant was van mei tot november 2007 werkzaam bij een werkgever in Spanje. Het UWV stelde het dagloon voor de WW-uitkering vast op basis van het loon in de periode mei tot oktober 2007. Appellant betwistte dit en stelde dat nabetalingen in november 2007, aangeduid als "Parte Proporc. Paga Junio" en "Parte Proporc. Paga Dic.", opgebouwd vakantiegeld en eindejaarsuitkering betroffen die in het dagloon hadden moeten worden meegenomen.
Het UWV wees het bezwaar af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat onvoldoende aannemelijk was dat de nabetalingen opgebouwd vakantiegeld of periodieke uitkeringen waren. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en overlegde een verklaring van zijn voormalige werkgever, maar deze bood onvoldoende inzicht in het karakter van de betalingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de nabetalingen niet als opgebouwd vakantiegeld of periodieke uitkering konden worden aangemerkt, mede omdat de salarisspecificaties en arbeidsovereenkomst dit niet onderbouwden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dagloon juist is vastgesteld en dat de betwiste nabetalingen geen opgebouwd vakantiegeld of periodieke uitkering betreffen.