ECLI:NL:CRVB:2011:BP9102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bruto bijstand wegens gebrekkige administratie
Appellant ontving vanaf 1997 bijstand, maar gaf een pensioeninkomen niet op, wat had moeten worden verrekend met de bijstand. Het College herzag de bijstand over de jaren 2000 tot en met 2007 en vorderde het teveel betaalde bedrag bruto terug. Appellant maakte bezwaar tegen de brutering, die het terugvorderingsbedrag boven de aangiftegrens bracht, wat leidde tot een strafrechtelijke procedure die later werd geseponeerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het voeren van een gebrekkige administratie voor rekening van appellant komt en dat het College bevoegd was tot brutering van de terugvordering. De belangenafweging door het College wordt onderschreven, ook gezien de financiële draagkracht van appellant en het feit dat de strafrechtelijke procedure is beëindigd.
De brutering wordt niet als onevenredig beschouwd, mede doordat de invordering wordt gespreid via inhouding op het AOW-pensioen met inachtneming van de beslagvrije voet. Het verzoek van appellant om geheel of gedeeltelijk af te zien van de brutering wordt afgewezen, waarbij het College terecht het beleid heeft gevolgd zoals neergelegd in artikel 7 van Pro de beleidsregels terugvordering WWB.
Uitkomst: De bruto terugvordering van ten onrechte verleende bijstand wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.