ECLI:NL:CRVB:2011:BP9074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en terugvordering wegens niet gemelde TRI-uitkering
Appellante ontving bijstand vanaf december 2005 en had in de periode oktober 2005 tot april 2006 een TRI-uitkering ontvangen zonder dit te melden aan het College. Het College herzag de bijstand en verlaagde deze met 25% wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellante voerde psychische problemen en onwetendheid aan als verzachtende omstandigheden.
De Raad stelt dat het College aannemelijk moet maken dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het College de relevante stukken van het UWV moet opvragen, aangezien deze noodzakelijk zijn voor de motivering. Tevens moet de ingangsdatum van de herziening nader worden gemotiveerd.
Verder oordeelt de Raad dat het College onvoldoende heeft gemotiveerd of appellante de gedragingen verwijtbaar zijn en of er dringende redenen zijn om af te zien van verlaging. Daarom draagt de Raad het College op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen.
Uitkomst: Het College wordt opgedragen binnen zes weken de gebreken in het besluit tot herziening en verlaging van de bijstand te herstellen.