ECLI:NL:CRVB:2011:BP8918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid medisch onderzoek bij herziening WAO-uitkering
Appellant, sinds 1988 arbeidsongeschikt, kreeg een herbeoordeling van zijn WAO-uitkering waarbij de verzekeringsarts een oriënterend psychisch onderzoek uitvoerde en geen psychische beperkingen vaststelde. Appellant voerde bezwaar aan tegen de uitkomst, stellende dat zijn psychische klachten onvoldoende waren onderzocht.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden de eerdere beoordeling, waarbij ook werd opgemerkt dat appellant geen specifieke psychische klachten had gemeld of behandeling onderging. Appellant bracht een rapportage van psychologen in, die vermoedelijke psychische aandoeningen constateerden, maar deze waren niet medisch geobjectiveerd.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de psychische klachten niet voldoende waren onderbouwd. In hoger beroep stelde appellant dat het primaire onderzoek onzorgvuldig was, maar de Raad volgde dit niet. De Raad benadrukte dat er geen aanwijzingen waren voor een verdergaand onderzoek en dat appellant zijn psychische problematiek niet had aangekaart tijdens het primaire onderzoek.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.