ECLI:NL:CRVB:2011:BP8869

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5617 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WWB
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering volledige ontheffing arbeidsverplichtingen bij bijstand

Appellante, een bijstandsgerechtigde, werd door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd om nog langer volledig ontheffing te krijgen van haar arbeidsverplichtingen volgens artikel 9 van Pro de WWB. Het College baseerde dit besluit op medisch- en arbeidskundig advies waaruit bleek dat appellante arbeidsgeschikt was voor 20 uur per week.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Zij voerde onder meer aan dat er sprake was van dringende redenen om haar volledig te ontheffen, mede op basis van medische gegevens.

De Raad oordeelde dat het advies van Serin B.V. en de verzekeringsarts betrouwbaar was en dat de door appellante overgelegde medische gegevens onvoldoende waren om het oordeel te wijzigen. Er was geen aanleiding voor nader deskundigenonderzoek. De Raad concludeerde dat er geen dringende redenen waren om appellante volledig te ontheffen van haar sollicitatieverplichtingen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.

De Raad zag geen reden om appellante in de proceskosten te veroordelen en sprak de beslissing uit op 22 maart 2011.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet langer volledig wordt ontheven van haar arbeidsverplichtingen.

Uitspraak

08/5617 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 augustus 2008, 07/4391 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 22 maart 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. E.C. Ramdihal, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 22 februari 2011 waar partijen, zoals aangekondigd, niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante ontvangt bijstand, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden.
1.2. Bij besluit van 19 juli 2007 heeft het College geweigerd appellante nog langer (volledig) te ontheffen van de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB. Aan appellante is meegedeeld dat zij niet naar een volledige baan, maar naar werk gedurende 20 uur per week dient te solliciteren. Het gaat daarbij om alle soorten deeltijdwerk die zij aankan.
1.3. Bij besluit van 2 oktober 2007 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 19 juli 2007 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 2 oktober 2007 ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
4. Naar aanleiding van de in hoger beroep aangevoerde gronden komt de Raad tot de volgende beoordeling.
4.1. In artikel 9, eerste lid, van de WWB zijn de verplichtingen tot arbeidsinschakeling opgenomen. Het tweede lid van artikel 9 van Pro de WWB biedt het College de mogelijkheid in individuele gevallen tijdelijk ontheffing te verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
4.2. Het College heeft het in bezwaar gehandhaafde besluit van 19 juli 2007 gebaseerd op een medisch- en arbeidskundig advies van 26 juni 2007 en een aanvullend werkadvies van 4 juli 2007, uitgebracht door Serin B.V. De verzekeringsarts IJ. Schuitmaker is op grond van dossieronderzoek, eigen medisch onderzoek en aanwezige informatie van de huisarts van appellante tot de conclusie gekomen dat appellante, met inachtneming van de vastgestelde beperkingen als gevolg van haar gewrichtsklachten, arbeidsgeschikt wordt geacht voor vier uur per dag (maximaal 20 uur per week). De Raad is niet gebleken dat het door Serin B.V. uitgebrachte advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het College daarop niet zou mogen afgaan. De in bezwaar door appellante overgelegde gegevens, bestaande uit afsprakenkaarten, informatie over door appellante gebruikte medicijnen en een behandelingsverslag van de fysiotherapeute van het Slotervaartziekenhuis van 10 mei 1999, geven de Raad geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. Evenmin volgt de Raad appellante in het standpunt dat de rechtbank naar aanleiding van deze gegevens een nader deskundigenonderzoek had dienen te gelasten. Ten slotte heeft appellante ook in hoger beroep geen (nieuwe) medische gegevens overgelegd die de Raad aanleiding geven de volledigheid en juistheid van de door het College vastgestelde medische situatie van appellante voor onjuist te houden.
4.3. Gelet op het voorgaande komt de Raad tot de conclusie dat de situatie van appellante geen dringende redenen in de zin van artikel 9, tweede lid, van de WWB opleveren om haar nog langer volledig te ontheffen van de tot de arbeidsverplichtingen behorende sollicitatieverplichting. Het hoger beroep van appellante slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2011.
(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.
(get.) N.M. van Gorkum.
IJ