ECLI:NL:CRVB:2011:BP8134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot bijstandsuitkering ondanks lopend beroep
Appellante diende een aanvraag om bijstand in en kreeg een voorschot toegekend. Later werd haar aanvraag afgewezen en het voorschot teruggevorderd. Appellante voerde aan dat het beroep tegen de afwijzing nog niet definitief was en dat zij geen draagkracht had om terug te betalen.
De Raad oordeelt dat op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder d, van de WWB het college bevoegd is het voorschot terug te vorderen zodra is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat. Het feit dat het bezwaar of beroep nog niet in rechte vaststond, schorst de werking van het besluit niet volgens artikel 6:16 Awb Pro.
Ook is de draagkracht van appellante niet relevant voor de terugvordering. De Raad stelt vast dat appellante wist of had kunnen weten dat het voorschot bij afwijzing moest worden terugbetaald. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van het voorschot op de bijstandsuitkering door het college is terecht en het hoger beroep wordt verworpen.