ECLI:NL:CRVB:2011:BP7458

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-4411 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding tegen UWV-besluit

Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV van 15 juli 2008 waarin het UWV weigerde terug te komen op een eerder besluit uit 2004 over een AAW/WAO-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond wegens het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift. Appellant kon niet aantonen dat het bezwaarschrift van 8 augustus 2008 tijdig was verzonden, terwijl het UWV aannemelijk had gemaakt dat het besluit op correcte wijze was verzonden.

In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe argumenten aan ten aanzien van de ontvankelijkheid van het bezwaar. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat de termijnoverschrijding onverschoonbaar is. Het bezwaarschrift is niet binnen de wettelijke termijn ontvangen en er zijn geen bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen.

De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak draait volledig om de ontvankelijkheid van het bezwaar en de tijdigheid daarvan, waarbij de Raad het oordeel van de rechtbank onderschrijft zonder toevoegingen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.

Uitspraak

10/4411 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 juli 2010, 09/3804 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 maart 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en het Uwv heeft verweer uitgebracht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2011. Appellant is niet verschenen. Voor het Uwv is verschenen A. Anandbahadoer.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 15 juli 2008 heeft het Uwv met toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geweigerd terug te komen van zijn besluit van 20 april 2004, inhoudende een weigering om terug te komen van een besluit van eerdere datum waarbij is geweigerd aan hem een AAW/WAO-uitkering toe te kennen.
2. Bij rappelbrief van 18 februari 2009, bij het Uwv ontvangen op 3 maart 2008, heeft appellant gesteld dat hij bij brief van 8 augustus 2008 bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 15 juli 2008.
3. Bij besluit van 10 juli 2009 heeft het Uwv appellant in zijn bezwaar (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard wegens onverschoonbare overschrijding van de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift.
Daarbij heeft het Uwv in aanmerking genomen dat het (originele) bezwaarschrift van 8 augustus 2008 nimmer is ontvangen, dat appellant niet heeft aangetoond dat het originele bezwaarschrift toen ook daadwerkelijk aan het Uwv is gezonden en dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan hij niet in de gelegenheid was om tijdig een bezwaarschrift in te dienen.
4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank appellants beroep tegen het besluit op bezwaar van 10 juli 2009 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - samengevat - het volgende overwogen. Er is evident sprake van ongeloofwaardige ontkenning door appellant van de ontvangst van het besluit van 15 juli 2008. Daar genoegzaam aannemelijk is dat dat besluit op de voorgeschreven wijze is verzonden, liep de bezwaartermijn van 16 juli 2008 tot en met 26 augustus 2008. Appellant heeft niet kunnen aantonen dat hij het bezwaarschrift van 8 augustus 2008 tijdig aan het Uwv heeft verzonden. Naar vaste rechtspraak van de Raad komt voor appellants risico en rekening het door het Uwv niet (zijn) ontvangen van niet aangetekend of met bewijs van ontvangst verzonden post. Het Uwv heeft appellants brief van 18 februari 2009 opgevat als bezwaarschrift dat evenwel niet binnen de wettelijke bezwaartermijn is ingediend. Appellant heeft geen omstandigheden aangevoerd om die termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
5. In hoger beroep heeft appellant - wat de kwestie van de ontvankelijkheid in bezwaar betreft - in essentie geen andere argumenten aangevoerd dan eerder in bezwaar en beroep.
6. De Raad overweegt het volgende.
Dit geschil wordt volledig beheerst door de vraag of terecht en op goede gronden is geoordeeld dat appellant onverschoonbaar te laat bezwaar heeft gemaakt tegen het Uwv-besluit van 15 juli 2008. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en de door haar gebezigde overwegingen daartoe, zoals neergelegd in de aangevallen uitspraak. Daaraan heeft de Raad niets toe te voegen of af te doen.
Dat betekent dat niet kan worden ingegaan op appellants standpunt dat het Uwv ten onrechte heeft geweigerd terug te komen van zijn in rechte onaantastbaar geworden besluit van 20 april 2004 om reden dat er geen sprake is van een of meer nieuw gebleken feiten en/of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb.
7. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2011.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) M.A. van Amerongen.
JL