Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2011:BP7412

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/5123 WAO + 10/5124 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding

Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV, maar dienden het bezwaarschrift na de gestelde termijn in. Zij stelden dat de termijnoverschrijding te wijten was aan een ernstige persoonlijke gebeurtenis in de familie, waardoor het indienen van het bezwaar vertraagd was. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege de te late indiening.

De rechtbank Arnhem oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalden appellanten hun gronden, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.

Verder gaf de Raad aan dat appellanten geen behoefte meer hadden aan een hoorzitting, waardoor verdere behandeling van overige gronden achterwege bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

10/5123 WAO + 10/5124 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellanten], wonende te [woonplaats] (hierna: appellanten),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 19 augustus 2010, 10/1148 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellanten
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 maart 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld en het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2010. Appellant J. Gout is in persoon verschenen en voor het Uwv is verschenen mr. P.J. Reith.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Op 27 november 2009 heeft het Uwv een primair besluit afgegeven.
1.2. Bij schrijven gedateerd op 8 januari 2010 hebben appellanten een bezwaarschrift ingediend. Dit bezwaarschrift is verzonden op 11 januari 2010.
1.3. Bij brief van 27 januari 2010 heeft het Uwv appellanten gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellanten hebben bij schrijven van 12 februari 2010 aangegeven - voor zover relevant - dat rechtvaardiging te vinden is in een aangrijpende gebeurtenis in hun persoonlijke privéleven aangaande naaste bloedverwanten. Uit privacy overwegingen worden de persoonlijke privé omstandigheden niet schriftelijk medegedeeld, maar hebben zij aangegeven altijd bereid te zijn tot een telefonische toelichting. Vervolgens is er op 15 februari 2010 telefonisch contact geweest. Appellanten hebben aangegeven dat ze op vrijdag 8 januari 2008 (de laatste dag van de bezwaartermijn) in alle haast zijn vertrokken naar de moeder van appellant, die erg overstuur was omdat bij een zus van appellant een zeer ernstige ziekte was geconstateerd. Appellanten zijn toen later in dat weekend teruggekomen en konden het bezwaarschrift niet meer tijdig verzenden. Het bovenstaande maakt naar de mening van appellanten de termijnoverschrijding verschoonbaar. Daarnaast zijn appellanten van mening dat het Uwv ten onrechte heeft afgezien van de hoorplicht. Telefonisch horen is geen horen.
1.4. Bij besluit van 18 februari 2010 is het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 18 februari 2010 ongegrond verklaard omdat zij in hetgeen appellanten hebben aangevoerd geen reden hebben gezien de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
3. In hoger beroep zijn de in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald.
4.1. De Raad overweegt het volgende.
4.2.1. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is te achten. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank terzake en maakt deze tot de zijne. De Raad is dan ook met de rechtbank van oordeel dat het bezwaar van appellanten terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
4.2.2. Nu de Raad van oordeel is dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en nu appellant ter zitting van de Raad te kennen heeft gegeven geen behoefte meer te hebben aan een hoorzitting, behoeft hetgeen voorts en voor het overige is aangevoerd geen bespreking.
4.3. Gelet op 4.2.1 en 4.2.2 slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
4.4. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2011.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) R.L. Venneman.
JL