ECLI:NL:CRVB:2011:BP7223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid niet aannemelijk
Appellant betwistte het besluit van het UWV tot beëindiging van zijn recht op ziekengeld per 20 november 2008, omdat hij meent medisch ongeschikt te zijn voor zijn werk als vrachtwagenchauffeur. Zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts hebben appellant onderzocht en concludeerden dat er geen objectief medische beperkingen waren die zijn arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen.
Appellant bracht aanvullende medische rapporten in, waaronder een rapport van sportartsen en een psycholoog die PTSS vaststelden, maar deze informatie was niet relevant voor de datum van 20 november 2008 en onvoldoende onderbouwd. De Raad stelde vast dat appellant sinds februari 2007 adequaat werkte ondanks zijn klachten en dat er geen lopend behandeltraject was rond de datum in geding.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld, dat het medisch onderzoek voldoende diepgaand was en dat de bezwaren van appellant onvoldoende bewijs bevatten om het besluit te vernietigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.