ECLI:NL:CRVB:2011:BP7219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van geschiktheid voor arbeid na herbeoordeling in Ziektewetzaak
Appellant, voormalig assistent bedrijfsleider, meldde zich in 2003 ziek met psoriasis en gewrichtsklachten en kreeg in 2004 een WAO-uitkering geweigerd, omdat hij geschikt werd geacht voor bepaalde functies. In 2008 meldde hij zich opnieuw ziek met spier-, pees- en gewrichtsklachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts werd vastgesteld dat hij geschikt was voor de eerder geduide functies en werd het recht op ziekengeld ingetrokken per 3 september 2008.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zijn beperkingen waren toegenomen, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de ernstige huidklachten geen nieuwe beperkingen opleverden en dat psychische en cognitieve klachten niet objectief waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat het Uwv terecht tot zijn besluit was gekomen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten zonder nieuwe medische onderbouwing. De Raad overwoog dat volgens vaste jurisprudentie onder 'zijn arbeid' de laatstelijk verrichte arbeid wordt verstaan, met uitzondering van de WAO-beoordeling als maatstaf. De Raad vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de uitspraak, waarmee het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd; appellant is geschikt voor arbeid en heeft geen recht meer op ziekengeld vanaf 3 september 2008.