ECLI:NL:CRVB:2011:BP7214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens voldoende belastbaarheid als aardappelsorteerster
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om per 23 juli 2007 het recht op ziekengeld te beëindigen, omdat zij volgens eigen zeggen vanwege medische beperkingen haar werk niet kon verrichten. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waaronder telefonische verificatie van de functiebelasting en medische beoordelingen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door rugklachten en medicijngebruik niet in staat was haar werk uit te voeren en dat een beoordeling ter plaatse had moeten plaatsvinden. Het UWV stelde dat geen nieuwe medische gegevens waren ingebracht en dat de arbeidsdeskundigen voldoende informatie hadden over de functiebelasting, inclusief mogelijkheden tot afwisseling tussen statische en dynamische belasting.
De Raad nam kennis van de medische onderzoeken, de arbeidskundige rapportages en de informatie van de werkgever. Geconcludeerd werd dat appellante voldoende mogelijkheden had tot afwisseling in haar werk en dat er geen medische noodzaak was voor extra aanpassingen. De stelling dat medicijngebruik haar belastbaarheid verminderde werd niet onderbouwd met relevante nieuwe gegevens.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat de belastbaarheid juist was vastgesteld en dat het beroep ongegrond was. Er was geen strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en appellante werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.